|
Passage uit het boek blz. 94 - 95
Mijn
dagen vulde ik nu met kleine klusje in en om ons huis en
jarenlang heb ik nog dagelijks een ritje gemaakt op mijn
racefiets.
Al dan niet vergezeld
van mijn kinderen. Die hadden er ook wel zin in gekregen om eens
onder in de
beugel te hangen en zich te testen op hun snelheid en
uithouding.
Met vaders verhalen indachtig zagen ze het wel zitten om deel te
nemen aan de wedstrijd waar het voor mij allemaal echt begonnen
was.
Zo werd er door
hun beide dan ook flink getraind om ook eens een keertje in de
pruimentour te kunnen schitteren. Maar het noodlot
sloeg toe tijdens een van onze ritjes. Vicky en Bart zouden
een spurtje afwerken maar haakte in elkaar,
belandde op het wegdek met een arm in het gips tot gevolg voor ons
Vicky.
Voor haar was het wel geweest,
ze besliste resoluut om een streep te zetten onder haar
wielercarrière.
Bart bleef volharden en zo stond hij op tien september 1989 op
negen jarige leeftijd aan het vertrek van de pruimentour, die hij
na een prachtige solo met een overwinning wist af te sluiten.
Het jaar nadien werd er tijdens
de vakantie weer flink
getraind, met
hetzelfde doel voor ogen, een overwinning in de
pruimentour. Ook nu weer wist
hij dit te realiseren al was de tegenstand iets feller dan
het jaar voordien en moest hij tot de laatste ronde flink
strijd leveren met John Koks, een jongen die al aan meerdere
jeugdwedstrijden had deelgenomen. Maar het lukte Bart
en zo werd voor het tweede jaar op rij de wedstrijd
gewonnen.
Alle
goeie dingen bestaan uit drie, dus zou Bart ook het jaar nadien
weer deelnemen aan de pruimentour.
Het probleem was dat hij nu in de
categorie van elf tot vijftien jarige uitkwam waar het
leeftijdsverschil een grote rol speelde.
Samen hadden we weer onze kilometertjes afgehaspeld en op zondag
vijf september 1991 stond Bart als elfjarige aan het vertrek
tussen jongens van vijftien jaar die twee koppen groter waren dan
hijzelf en al heel wat koerservaring hadden. Hij liet het
zich niet aan zijn hart komen en hij
verdedigde zich als een duivel in een wijwatervat, met een prachtige
derde
plaats als resultaat.
Alles bij elkaar heeft Bart dus
maar drie wedstrijden gereden als
wielrenner met twee éérste en één derde plaats op zijn palmares. Voor
mij was
die derde plaats tussen die grote jongens net zou indrukwekkend
als zijn
overwinningen.
Ondertussen
had Bart mijn oude visbak ontdekt en probeerde we samen al eens
een visje te verschalken, iets wat ik in het verleden ook al
had gedaan. Soms zelfs vroeg in de ochtend, voor we
naar een wedstrijd reden gingen
we eerst nog enkele uurtjes vissen.
Nu
had Bart de vismicrobe te pakken, iets waar hij tot op heden nog
steeds niet van is verlost. Vooral karpers zijn nergens veilig voor hem
want exemplaren van vijftien tot twintig kilogram zijn geen
uitzondering aan zijn
haak. |