De
laatste Karaktergeneratie.
Trainen, trainen, trainen en karakter.
Dat waren de basisingrediënten waarop de laatste echte
karaktergeneratie gebouwd was.
En met
karaktergeneratie bedoel ik niet zomaar een generatie, maar wel de generatie
van
renners die tijdens en net na de tweede wereldoorlog geboren zijn.
Nooit
zal er nog een generatie opstaan waaruit zoveel toprenners voortvloeide.
Er was
nog geen sprake van mondialisering in de wielersport en het hele gebeuren
speelde
zich af in de lage landen België en Nederland met daarbij Frankrijk,
Italië en Spanje als voornaamste leveranciers van toprenners.
Om alle toppers van toen op te noemen zou onbegonnen werk zijn maar als
ik de namen
Merckx, Van Springel, Godefroot, Raas, Kuiper, Zoetemelk en de
gebroeders Planckaert
en De Vlaeminck vernoem dat weet iedereen direct over
welke periode we hier spreken.
Deze generatie is geboren nog voor en sprake was van televisie,
penicilline, plastiek of de pil.
Ook ik ben geboren in die periode en van
creditcards, atoomsplitsing, laserstralen, afwasmachines, ballpoints, panty’s
en airconditioning was nog helemaal geen sprake,
laat staan dat er al iemand op
de maan geland was.
Het klinkt misschien ouderwets, maar wij trouwden eerst en gingen dan
samen wonen. Huismannen, kinderdagverblijven en onthaalmoeders waren er ook al
niet.
Een kever was een insect en zeker geen auto.
Een muis was een knaagdier
en geen computeronderdeel.
Computers in zijn huidige vorm bestonden zelfs
nog niet.
Wij hadden nooit gehoord van FM, Video, Magnetron, Tekstverwerkers, Printers
en Draadloze telefoon.
Van Vips en Bom-vrouwen, Hippies, Punkers,
Nozems en Flower Power was nog geen sprake.
Wij waren er al lang voor de BTW, de MUG, het Ecosysteem en den Aldi en ook voordat
er sprake was van Pretparken of Greenpeace.
Frietjes werden thuis gebakken, MacDonald, Quick of Pizza Hut bestonden
niet en van
Hotdogs of BBQ hadden we ook nog nooit gehoord.
Roze was de kleur van baby’tjes en homo betekende gewoon “mens”.
Wij waren de laatste generatie die nog dacht dat er toch zeker een man
bij moest zijn om
een kindje te krijgen.
Wel, uit deze generatie is die fameuze karaktergeneratie ontstaan.
Niet dat zij het slecht hadden, maar veel luxe was er niet en als men
iets wou hebben moest
men er voor werken en sparen en dan pas kopen en niet
eerst kopen en dan pas afbetalen.
Met alle respect voor de renners van deze tijd, maar trainen was in die
tijd echt trainen.
Vier, vijf of zes uur onafgebroken in het zadel zitten was
de doodgewoonste zaak van de
wereld als men tot de top wou behoren.
Even afstappen tijdens een training om een koffietje te gaan drinken of
een terrasje gaan
doen was er niet bij.
Vanaf het moment dat de wieltjes op de
grond stonden moesten ze blijven draaien.
Hartslagmeters of kilometertellertjes
waren er nog niet.
Alles ging op het gevoel en zo werd er dus regelmatig in het
rood gereden.
Gezond zal het altijd wel niet geweest zijn.
Als we nu kijken hoe al deze renners in hun jeugd geleefd hebben en
zien welke regels nu
gelden, dan is het bijna niet te geloven dat ze die tijd
overleefd hebben.
Volgens de theorieën van 2007 hadden
ik en al mijn leeftijdsgenoten al lang dood moeten zijn.
Als we al eens in een auto zaten was het zonder veiligheidsstoeltje,
gordel of airbag.
Meubels en het bedje waarin we sliepen waren beschilderd met verf die
vol lood en cadmium
zaten en boven aan de trap stond geen hekje, ging je te ver
dan viel je naar beneden.
Werd je wakker dan hoorde niemand je want babyfoons
waren er niet, dus moest je hard
roepen voor je ouders het merkte.
Veiligheidsstoppen op flessen met gevaarlijke stoffen of medicijnen
waren er niet, we konden
ze zo openen.
Achter op de fiets zat je op de bagagedrager zonder stoeltje en je
hield je vast aan de onderkant van het zadel, de beentjes ver uit elkaar of je
zat tussen de spaken.
Een helm was niet nodig, zelfs niet op een bromfiets, laat staan op een
fiets.
Drinkwater kwam gewoon uit de kraan.
Limonade kreeg je alleen als het feest of kermis was en wees maar zeker
dat er kleurstoffen in zaten, want zo rood, geel of groen als die limonade er
uit zag zo zie je ze nu niet meer.
Kauwgom ging s’avonds op het nachtkastje en s’morgens weer in je mond.
Schoenen, kleding of een fiets waren meestal tweedehands van broer of
zus.
Fietsen hadden maar één versnelling en een band moest je al snel zelf
leren plakken.
We speelden buiten tot het donker werd en niemand wist waar we waren.
Er was geen GSM en een bos of park was om in te spelen.
Het was zeker geen plek
waar vieze oude mannetjes je lastig zouden vallen.
Bij vrienden was je altijd welkom, je moest geen afspraak maken.
We dronken van dezelfde fles, we aten spek en eieren en boterhammen met
heel veel boter
die we zelf opsmeerden met een groot mes.
We werden toch niet dik want we waren altijd in beweging.
We hadden geen PlayStation, Nintendo, Xbox, MP3 speler of TV met 65
kanalen en een computer met internet op onze kamer.
We speelden en waren in
beweging.
Als er al een TV in huis was dan begonnen de programma’s pas om 18.00
uur.
Op woensdag en zaterdagnamiddag was er het kinderuurtje.
S’avonds keken de ouderen.
Afstandsbediening bestond niet. wou je iets
verzetten dan moest je opstaan.
Pa en ma bepaalden hoe lang je mocht kijken.
Speelgoed maakten we zelf.
Bouwden hutten en zeepkisten zonder rem,
maar dat merkte je pas als het te laat was.
Van stokken maakten we zwaarden en we vochten met onze vrienden.
Werd er iemand gewond dan was het maar zo, je werd zeker niet voor de
rechter gesleept.
Dat was gewoon een ongelukje en met een beetje pech kreeg je
nog een extra pak slaag.
We waren boos op elkaar maar de dag nadien waren we
weer de beste vrienden.
Als je niet kon voetballen moest je maar in de goal gaan staan of aan
de kant toekijken en
leren omgaan met teleurstellingen.
We gingen te voet of met de fiets naar school, ook in de winter.
Als we vertrokken werden we liever niet uitgewuifd door onze moeder
want als je vrienden
het zagen was je een watje.
Er was een jongens en een meisjesschool en daar zaten alle kinderen bij
elkaar, zowel de
slimme als de domme.
Schoolbanken bestonden maar in één maat en ze hadden dan nog zo’n klep
waar je lekker
met je vingers tussen kon zitten.
Kon je niet volgen dan moest het jaar over gedaan worden en er was geen
discussie mogelijk.
De meester had altijd gelijk.
Bij problemen waren je ouders het eens met de politie.
Ze zouden je
gedrag zeker niet goed praten en als je thuis kwam kreeg je er nog een extra
straf bovenop.
We leerden omgaan met succes, mislukkingen en verantwoordelijkheid.
Onze generatie kon problemen oplossen, durfde risico’s nemen en instaan
voor de gevolgen.
Maar, we hadden geluk. Wij hadden echte vrienden.
En uit deze generatie, die jongens die tijdens en net na de oorlog
geboren waren is dus die
echte laatste karaktergeneratie ontstaan.
Het is totaal geen verwijt aan de renners die later geboren zijn, maar
tijden veranderen en
hoe harder men moest werken in zijn jeugd of hoe groter de
ontberingen waren, het sterkte
de overlevingsdrang en de wil om al hetgeen men
ondernam tot een goed einde te brengen.
De renner met de meeste klasse en het sterkste karakter ooit was
ongetwijfeld de man die
alles wou winnen, de kannibaal Eddy Merckx.
Het is niet
verwonderlijk dat de beste renner aller tijden net uit deze generatie kwam.
Maar laat het een troost zijn.
Ook nu zijn er renners met karakter en
renners met bijzondere klasse en er zullen altijd
renners zijn die net iets
meer over hebben voor hun sport dan anderen.
Het is ook niet zo verwonderlijk dat er net uit die generatie waarvan
sprake zoveel
uitzonderlijke klasbakken tevoorschijn kwamen.
Nu hebben renners een contract waarvan ze ruimschoots kunnen leven en
met een beetje
geluk moeten ze na hun carrière nooit meer werken.
Toen was het wel even anders.
Een contract betekende in die tijd een
minimum inkomen, kleding en wat materiaal.
Wie zijn inkomen wou optrekken
moest het doen met het prijzengeld en de premies die er
te verdienen waren.
Niet voor niets dat renners toen het hele jaar door koersten.
Klassiekers, rondes, kermiskoersen en criteriums, overal waar ze geld konden verdienen
probeerden ze aan het vertrek te staan.
Nu pieken renners twee of driemaal per jaar naar een bepaalde periode.
Gaan dan op vakantie en nemen rust om dan weer op te bouwen naar hun volgende
doel.
Misschien was het beter dat het oude systeem weer van kracht was, maar
tijden veranderen
nu eenmaal en de klok terug draaien zal niet meer mogelijk
zijn.
Multinationals betalen nu heel veel geld om hun renners in die
wedstrijd in beeld te zien waar
ze het meeste commercieel belang bij hebben en
zijn dan ook bereid om hun renners hier
veel geld voor te betalen.
Jammer maar helaas, zo kweekt men geen nieuwe karaktergeneratie meer.
Livin Klaasen
- september 2007 -
Naar boven: Klik hier.
Andere Columns:
Mogen wij daar van drinken leider? - Klik hier
Helma is vies - Helma stinkt - Klik hier
Doping is van alle tijden - Klik hier
|