Mogen wij daar van drinken leider?
Heel vroeg in de morgen op 31 mei 1984 hadden
zes moedige jongens zich verzameld voor
de deur van doe het zelf zaak Plus Klus
in Baarle – Nassau.
Die dag, Hemelvaartsdag, was een prima dag om
met veel zin en overgave aan een fietstocht
van ongeveer 1400 km te beginnen
met als einddoel het Franse bedevaartsoord Lourdes aan
de voet van de
Pyreneeën.
Ikzelf, Jan mijn zwager, Wim de zwager van mijn
zwager, André een goede kennis en nog
een Jan die we ter gelegenheid van onze trip
naar Frankrijk omgedoopt hadden tot Jean
zouden proberen om de trip al fietsend
af te leggen.
Voor de begeleiding en verzorging konden we
rekenen op onze vriend Wout die ons van
drank en spijs zou voorzien. Hij was
tevens ook benoemd tot chauffeur van de mobilhome
van Jan waarin we de volgende
dagen zouden bivakkeren en overnachten.
Het weer viel tegen. Mist en regen zou ons de
eerste dag vergezellen en na een tocht van
210 km en verschillende lekke banden
kwamen we aan in Maubeuge waar we de nacht
zouden doorbrengen op een camping.
Wout stond al klaar op de camping en na een
flinke maaltijd werden de fietsen onderhanden genomen. Onder een schuchter
ondergaand zonnetje dat op het laatste moment probeerde
om de dag alsnog iet of
wat zonnig af te sluiten poetsten we ijverig aan ons stalen ros om
de dag
nadien op een proper vehikel onze weg verder te kunnen zetten.
De volgende morgen werden we gewekt door
gekletter van regen op het dak van de mobilhome. Na een flink ontbijt en goed
ingepakt tegen de regen vertrokken we aan de tweede etappe.
Was het de regen of
was hij de eerste dag een beetje te overmoedig geweest, had hij niet
genoeg
getraind of waren het die enkele kilo’s overgewicht die hij moest meesleuren,
ik weet
het niet, maar bij onze eerste stop van de dag gaf André de pijp aan
maarten. Vanaf nu zou hij samen met Wout instaan voor de bevoorrading en voor
de verdere begeleiding.
Het was niet al kommer en kwel wat het weer
betrof want regelmatig liet het zonnetje zich
ook al eens van zijn beste zijde
zien.
De stemming in de groep was opperbest en onze
reis verliep zoals we vooraf hadden gepland.
Er werd gelachen, gezongen en af
en toe werd er als eens een al dan niet aangebrande mop
verteld. Dat lachen en
zingen gebeurde vooral na het fietsen als we gezellig samen zaten om
te eten of
gewoon van onze rust zaten te genieten.
Vooral het repertoire van Urbanus Van Anus werd
veelvuldig boven gehaald.
In onze groep zaten enkele echte Urbanus fans en
vooral Jean en ikzelf bleken bijna heel zijn oeuvre te kennen. Zowel zijn
liedje als zijn sketches kwamen veelvuldig aan bot.
Bij elke gelegenheid werd
er wel een gezegde of spreuk van Urbanus bovengehaald.
Goe poeier,
een uitspraak uit een sketch waar Urbanus geel poeder strooit tegen olifanten
en
Vreet accident waar hij op een auto kerkhof uit een wagen stapt waren
veel gehoorde
uitspraken die dagen.
Maar onze topper was toch vooral Mogen wij
daar van drinken leider, naar een sketch
waar hij met de welpjes van een
jeugdbeweging naar een wonderbron trekt en een van die
kleine gasten vraagt of
ze van die bron mogen drinken met de woorden Mogen wij daar van drinken
leider, met alle gevolgen van dien.
En zo ging onze tocht verder tot we op zondag
een verplichte halve rustdag hadden omdat
we af te rekenen hadden met een
technisch probleem aan de mobilhome en die problemen
konden pas op maandag
hersteld worden.
Daar in Aigurande, bijna halfweg onze tocht
zaten we dan en om eens goed uit te rusten
voor wat nog zou volgen hadden we
besloten om de volgende nacht in een hotel te slapen.
Goed uitgelaten,
misschien met iets teveel lawaai en iets te veel drank op zaten we daar op het
terras van dat hotel met het hele dorpsplein voor ons onze Urbanus imitaties
uit te voeren.
Op maandag, na de middag, toen we zeker waren
dat de technische problemen aan de
mobilhome die dag opgelost zouden worden
vertrokken we voor het vervolg van onze tocht. Wout en André bleven bij de
mobilhome tot deze was gerepareerd en zouden zich later op
de dag bij ons
vervoegen.
Toen Jean de dag nadien in een afdaling onderuit schoof vroegen we niet of hij zich had
bezeerd, maar stonden we met z’n
allen te kijken of zijn blauwe Gios niet beschadigt was en
werd er niets anders
gezegd dan vreet accident, vreet accident….
En zo verliepen onze dagen met slapen, fietsen,
eten en weer verder fietsen, want door
onze dag oponthoud moesten we het aantal
dagkilometers flink opvoeren om toch nog op
de afgesproken datum in Lourdes aan
te komen.
Donderdag namiddag omstreeks vier uur kwamen we
aan in Lourdes en werden
we opgewacht door Wout en André net voor het
binnenrijden van Lourdes met een fles
champagne in de aanslag die we van een
supporter vanuit Baarle hadden meegekregen en
die werd dan ook met veel
enthousiasme ontkurkt.
Onze reis was volbracht. De vooraf geplande
tocht over de Tourmalet zat er door het
oponthoud onderweg niet meer in want
zoals afgesproken zouden we op zaterdag na een
tocht met de mobilhome weer in
Baarle arriveren.
Nadat we nog wat hadden gegeten en van een
welverdiende douche hadden genoten gingen
we als echte pelgrims naar het
bedevaartsoord.
Eerst even langs de vele souvenirs winkeltjes,
een aandenken kopen voor het thuisfront en
daarna gingen we naar de grot. Na
het opsteken van een kaars, als dank voor de fijne tocht
die we gemaakt hadden
werden ook enkele flesje in de vorm van een lievevrouwbeeldje
gevuld met water.
We hadden enkele sympathisanten beloofd om een flesje lourdeswater mee te
brengen.
Zo, onze tocht zat er op.
Vrijdagmorgen zouden
we in alle vroegte vertrekken en om ons korte verblijf in Lourdes
af te sluiten
zouden we met z’n allen nog een gezellig terrasje gaan doen.
En daar zaten ze dan, zes tevreden
vakantiegangers die een goede week geleden vertrokken
waren met maar één doel
voor ogen, op de fiets naar Lourdes rijden.
De ober bracht onze drankjes en net voordat we
zouden toosten op de goede afloop
sprak Jean de woorden “Mogen wij daar van
drinken leider”.
En wat er toen gebeurde zal ons voor altijd
bijblijven.
Net op het moment dat Jean zijn woorden
uitsprak passeerde er een Vlaams madammeke
die deze woorden ook gehoord had.
Zij schoot in een Franse colère en zwaaide met haar
cacoche vlak langs Jean
zijn oren met een regen van verwijten en berispingen er bovenop.
Dat madammeke had onze tasjes met souvenirs en
flesje water op het tafeltje voor ons
zien liggen en zij dacht dat Jean daar
mee aan het spotten was.
Zij dacht dat Jean de flesjes met het
lourdeswater in het belachelijke wou trekken, maar niets
was minder waar. Wij
wilden gewoon toosten en in het verlengde van wat wij al de hele week gedaan
hadden, namelijk Urbanus imiteren waren die woorden als grap bedoeld en zeker
niet als spotternij.
We hebben nog geprobeerd om het Vlaamse
madammeke te overtuigen dat wij niet van plan
waren om te spotten of te kwetsen
maar ze was zo over haar toeren dat er geen lievemoederen
aan te pas kon komen.
Zo zie je maar, geloof is een gevoelige zaak.
Woorden zijn niet altijd in staat iets uit te drukken zoals ze bedoelt zijn en
daarom kan men mensen kwetsen zonder het zelf te willen.
En of we nu willen of niet, telkens we de
sketch zien van die jonge welpjes aan de toverbron met hun waterkruikjes denken
we automatisch terug aan onze Lourdestrip.
Livin Klaasen
- Juni 2007 -
Naar boven: Klik hier
Andere Columns:
De Laatste Karaktergeneratie. - Klik hier
Helma is vies - Helma stinkt - Klik hier
Doping is van alle tijden - Klik hier
|